Het weer vandaag

mist
zonsondergang 18:08
7°C

mei 2011 - Pim

Tennis als jurysport

 
Iedere tennisser herkent het: je overziet een situatie en neemt in een split second een beslissing, je raakt de bal lekker in het midden van het racket en de bal zoeft weg met wat een prachtige slag gaat worden… Jammer, nét niet! Of wel het net…

Sommige spelers hebben een aangeboren neiging om vrijwel altijd die bal te willen slaan die eigenlijk niet kan maar wel bijzonder fraai zou zijn geweest. Zo nu en dan krijg je daarvoor nog wel enige waardering (meestal in de vorm van "Jammer!" of "Bad luck!"), maar een punt is je niet gegund.
Aangezien ik ook tot deze categorie van mooispelers behoor, ben ik eens gaan nadenken over een alternatieve puntentelling. Al gauw doemden voor mijn geestesoog televisiebeelden uit vervlogen tijden op, waarbij kunstrijdsters beoordeeld werden door dik bebontjaste dames en heren die ieder twee bordjes omhoog hielden. Bijvoorbeeld een bordje met een 5 en eentje met een 8, wat een waardering van 5,8 was. Duidelijk uit het pre-elektronische tijdperk, want tegenwoordig is het allemaal een stuk ingewikkelder met vooraf bepaalde moeilijkheidsgraden, anti-nepotistische procedures en jurywaarderingen tot 27 cijfers achter de komma.

Nu zijn kunstrijden, turnen en andere vormen van dressuur misschien niet de juiste voorbeelden, want in deze sport gaat het louter en alleen om de uitvoering en op een andere manier kun je geen punten scoren. Of ze zouden ook een snelheidsfactor moeten invoeren of zo. Maar er zijn wel degelijk sporten waarbij de score door zowel de prestatie zelf als de uitvoering bepaald wordt. Denk maar eens aan skispringen (overigens de enige die ik zo gauw kan bedenken), dus waarom ook niet voor tennis?

Voordat we deze nieuwe benadering in praktijk kunnen brengen, moeten we eerst een aantal basisregels voor de jurywaardering formuleren. Dat wordt vast niet in één keer een perfect stelsel, dus laten we eenvoudig beginnen.
Om te beginnen herintroduceren we de scheidsrechter. Vroeger was het gebruikelijk dat je op de umpirestoel plaatsnam om elkaars competitiewedstrijden te scoren, maar de meeste tennissers van tegenwoordig weten niet eens meer waarvoor dat ding dient. Wat ook te zien is aan de voetfouten bij de opslag die heden ten dage schering en inslag zijn, maar dat terzijde.
De scheidsrechter nieuwe stijl hoeft niet perse de wedstrijdpunten bij te houden, want dat kunnen de meeste spelers zelf wel (al hebben sommigen daarover hun eigen opvattingen). Neen, hij of zij moet vooral letten op de technische uitvoering en de goede bedoelingen. Een bepaalde mate van technisch en tactisch inzicht is dus wel vereist, zodat iemand met trainersdiploma of andersoortig certificaat de voorkeur verdient.

Waarmee kun je dan extra punten scoren? Denk bijvoorbeeld weer aan die technisch perfect uitgevoerde passeerbal die tegen de netband of precies aan de verkeerde kant van de lijn eindigt. Of een schitterend opgebouwde rallye, waaraan alleen de finishing touch ontbreekt vanwege het missen van de afmaker voor een wijd open liggend veld. Een goed geplaatste bal die per ongeluk in de rug van je partner belandt, verdient ook een beter lot. Correcte en/of uniforme tenniskleding is natuurlijk ook een bonus, en wat mij betreft levert een enkelhandige slag sowieso meer punten op dan een dubbelhandige…
Waar een bonus is, moet ook aftrek van punten mogelijk zijn. Daarvoor komen in aanmerking zaken als tactisch zinloos gedraaf, herhaalde domme returns, vollerende ruitenwissers, mikken op een tegenstander aan het net, maar ook bukken aan het net of je rug toedraaien aan de tegenstander. Op gekreun boven de 50 decibel en een verkeerd geplaatste demper (ja, ja, daarvoor is een regel!) zetten we ook een sanctie.

Hoe gaan we dit verwerken in de puntentelling? Grofweg zijn er twee mogelijkheden: we hanteren een aparte jurytelling, of we verwerken de jurywaardering in de wedstrijdpunten zelf. De eerste optie heeft als nadeel dat het dan niet zo eenvoudig meer is om de winnaar van een wedstrijd aan te wijzen. Op de een of andere manier moet je daarvoor de twee tellingen combineren tot een einduitslag.
Het lijkt mij dus gemakkelijker om de bonus en de aftrek direct te vertalen in wedstrijdpunten. Bijvoorbeeld, die nét niet gelukte passeerslag waarover ik het aan het begin had, levert nu gewoon 0-15 op, maar zou inclusief een positieve jurywaardering tot 15-15 leiden. Of als de uitvoering wel heel erg fraai was en de bedoeling bijzonder goed, zelfs tot 30-15! Tenzij deze speler zijn demper niet onder zijn onderste snaar heeft, want dan wordt het in één keer 30-30…

Zo bezien komt het ook ten goede aan de speelduur en komt een competitieteam of een toernooileider minder snel in tijdnood. Dat moet de commissie WT ongetwijfeld aanspreken, dus een aantal voorstanders hebben we alvast. Misschien iets om uit te proberen met de clubkampioenschappen? Dan moet er eerst nog wel wat gebeuren aan het strak formuleren van de regels voor de jurywaardering. Wie suggesties heeft, kan deze opsturen aan redactie@aeolus-oledo.nl.

Pim

Rabobank