april 2011 - Floris
Tweedehands service
Iedere tennisser kent het. Alles gaat prima, maar ineens sta je op breakpoint tegen. Niks aan de hand. Een goede service en het staat weer deuce.
Shit. Je was net iets te gehaast, je keek in de zon, je was afgeleid, het handvat was glibberig, een vliegje in je oog. Eigenlijk kon je er zelf niks aan doen, maar de eerste service is uit.
Oei. Tweede service dus. Je voelt de zenuwen opkomen. Een te veilige service wordt meteen afgemaakt, maar te hard of te scherp is ook niet goed. Alles om maar geen dubbele fout te slaan. Toch maar inhouden dan. Je gooit de bal op, eigenlijk al niet helemaal goed maar ja, toch maar slaan. Met een plotseling krachteloze arm aai je slapjes tegen de bal. Wat volgt is een service waarvan het beste al meteen af is. Een soortement van tweedehands service, echt mooi zal-ie nooit meer worden.
De bal probeert het nog, wild tollend van het onbedoelde effect op weg naar het net. Ah, het net. Misschien komt-ie nog tegen de netband, maar er overheen is echt te veel gevraagd. Gefeliciteerd, een dubbele fout. En dat precies op breakpoint.
Je ziet het ook vaak bij vrouwen. Die beginnen vaak al meteen met de tweede service. In de rally jagen ze forehands en backhands ogenschijnlijk moeiteloos met grote snelheid over de baan, maar bij het serveren is het huilen.
De voorbereiding is nog degelijk.
Even het haar naar achteren, een mooie rechte rug. Met een strenge en geconcentreerde blik wordt de bal sierlijk en hoog opgegooid. Maar dan ineens is daar die verkramping. Alsof het niet mág, die bal een flinke mep geven. Hard serveren, da’s voor houthakkers, zoiets. De voeten worden bijgedraaid en er wordt gewacht, totdat de bal tot ooghoogte is gedaald. In een soort dartbeweging waarvan Co Stompé waarschijnlijk nog wat zou kunnen leren, wordt de bal eindelijk dan toch maar geslagen.
Jammer genoeg kan-ie nu alleen nog maar omhoog. Wat in een ander universum waarschijnlijk een heel beheerste en sierlijke baan zou heten, is in de harde tennisrealiteit verworden tot een lelijke pisboog die plaatsvervangende schaamte oproept bij de omstanders.
De tegenstander reageert verontwaardigd, geconfronteerd met deze overduidelijke uiting van minachting. Er rest hem of haar niets anders dan meteen genadeloos toe te slaan. De rally is gedegradeerd tot een kop- of muntsituatie. In de helft van de gevallen wordt de bal - en het zelfvertrouwen van de serveerder - inderdaad hard in de hoek geslagen. In zeker de andere helft van de gevallen verdwijnt de bal echter over de hekken, om al snel een nieuw leven te beginnen als hondenspeeltje. In beide gevallen is het publiek het slachtoffer. De enige winnaar is misschien de hond.
Laat ik er daarom voor pleiten. Mép toch die bal! En begin daar metéén mee. Lukt het niet, doe het gewoon nog een keer. Je hebt niet voor niets twee services! Lukt het dan nog niet, jammer dan. Je krijgt weer twee nieuwe kansen. En daarna weer. Gá ervoor. Met een tweedehands service win je nooit.
Disclaimer:
Deze column vertegenwoordigt niet de mening van de auteur. Maar het zou zo maar kunnen.
Floris

